Tips
1. Controleer regelmatig
Elke band verliest na verloop van tijd lucht. Check ze daarom minstens één keer per maand bij een tankstation in de buurt of langs de snelweg.
2. Controleer de banden in koude toestand
Tijdens het rijden wordt de band warm en loopt de spanning op. Controleer de bandenspanning daarom aan het begin van uw rit.
3. Kijk na welke spanning uw merk en type auto vereist.
Op de luchtunits van AIR-serv zijn tabellen aangebracht met de aanbevolen bandenspanning voor de meeste merken en typen auto’s. Daarop vindt u tenminste twee adviesspanningen: één voor normaal weggebruik en één voor gebruik met een zware belading en voor lange afstanden op de autosnelweg.
4. Let speciaal op bij brede sportvelgen
Banden op sportvelgen zien er prachtig uit, maar zijn veel kwetsbaarder dan normale banden. Logisch, want het smalle laagje met lucht gevulde rubber biedt minder bescherming tegen beschadiging van die mooie, veelal dure velg. De banden voortdurend op de juiste spanning houden voorkomt onnodige schade aan de velg.
5. Let op voelbare en zichtbare afwijkingen
Vaak merkt u vanzelf dat er iets mis is. u voelt dit door een afwijkend weggedrag of door geluiden die u normaal niet hoort. Stop in dat geval even om uw banden te bekijken. Mocht u een scheurtje of een spijker ontdekken, dan zit er maar één ding op: ter plekke uw band vervangen door de reserveband en dan naar de professional voor de reparatie.
6. Vergeet uw reserveband niet op spanning te houden
De reserveband krijgt de hoogste adviesspanning. Bij een lekke band kan de reserveband dan meteen zijn werk doen.
7. Het ventieldopje
Tip van AIR-serv: een klein detail misschien, maar wel belangrijk. Een ventieldopje houdt vuil en stof buiten, en lucht in de band.

